Studies betreffende de menselijke ontogenese hebben aangetoond, dat morphokinetische patronen een fundamentele basis voor vorm en functie zijn. Deze morphokinetische patronen komen zowel lokaal, regionaal alsook systemisch voor en zijn derhalve zeer specifiek voor bijvoorbeeld: het fysiologische functioneren van een wervel, een spijsverteringsorgaan, alsook voor het functioneren van een compleet systeem zoals bijvoorbeeld: het cardiovasculaire of het craniosacrale systeem.
De morphokinetische patronen zijn door een reeks van “fysische parameters” gekenmerkt waardoor ze palpatoir kwantificeerbaar zijn. Coherentie (consistentie ?) (weefselkwaliteit) alsook richting (vector) zijn slechts enkele van deze parameters en maken het via de palpatie mogelijk te bepalen in welke mate een morphokinetisch patroon fysiologisch is, of ervan afwijkend is. (vormverandering in de betekenis van structuurverandering; pathologisch) De specifieke eigenschappen van morphokinetische patronen vormen een palpatoir uitgangspunt voor de osteopathische diagnose en differentiaaldiagnostiek alsook voor het therapeutische aspect.